Verdieping: werkingsmechanisme van de Herzog Sport Compressiekousen


Herstel – en Prestatiebevorderend

    • Niet alleen door de schokbelasting tijdens de voetlanding in de loopbeweging maar ook bij intensieve inspanning zal er spierschade ontstaan waardoor celweefsel (spier-eiwit) wordt afgebroken. Deze spiercelresten blijven in de tussencelruimte achter. Veel eiwit in de tussencelruimte heeft invloed op de zgn. Colloïd Osmotische Druk (COD) waardoor weefselvocht moeilijker opgenomen (geresorbeerd) kan worden in het aderlijke (veneuze) deel van het haarvatennetwerk. Als gevolg hiervan wordt vocht vastgehouden en gebonden. Oedeemvorming beïnvloedt de bloedcirculatie negatief waardoor de toevoer van voedingsstoffen en zuurstof wordt belemmerd en de afvoer van melkzuur (afvalproduct van het verbrandingsproces) en koolzuurgas stagneert.
    • De kousen bieden een relatief hoge compressie op enkelniveau van +/- 30mmHg, afnemend richting knie, +/- 23mm Hg. De werking van de kousen in combinatie met de zgn. kuitspierpomp draagt zorg voor met name een snellere afvoer van het bloed via de aders (venen). Door de verhoogde weefseldruk wordt het te veel aan vocht, met de daarin opgeloste afvalslakken van het verbrandingsproces, vanuit de tussencelruimte weer in de circulatie gedwongen. De zo essentiële afnemende druk van de kous waarborgt dat het aderlijke bloed, tegen de zwaartekracht in, richting het hart adequaat wordt teruggevoerd.

Zoals eerder aangegeven is het belangrijk dat er een afnemende drukgradiënt vanaf de enkel tot aan de knie in de compressiekous is verwerkt. De combinatie relatief hoge compressie met dit afnemende drukverloop noodzaakt echter het nauwkeurig opmeten van het been en de voet. De schoenmaat alleen geeft geen enkele informatie over de vorm van het been. Bij eenzelfde schoenmaat kan er sprake zijn van heel verschillende beencontouren en er zal dan ook een belangrijk verschil in uitwerking zijn van de druk op het been. Bij een niet juist aangemeten kous kan er zelfs een averechts effect optreden. Denk bijvoorbeeld aan het verschil in kuitomvang tussen een sprinter en een duursporter terwijl beiden wellicht dezelfde schoenmaat hebben. Dit wordt uitgesloten wanneer de benen precies worden opgemeten.